Column Sylvia Witteman
SCHOOL
28 juli 2010
In de rijke Amerikaanse suburb waar ik woonde, zaten de meeste kinderen op een privéschool, maar de mijne niet. Die gingen naar een gewone, openbare buurtschool. Niet alleen omdat privéscholen onbetaalbaar zijn voor doorsnee Nederlandse tweeverdienenrs, maar ook uit principe: ik vind dat de staat verantwoordelijk is voor goed onderwijs en ik vind dat alle kinderen gelijke kansen moeten krijgen. Tenminste, dat vónd ik, tot ik op zoek ging naar goede scholen in Amsterdam.
Mijn twaalfjarige dochter haalde in Amerika louter tienen en dus wou ik haar inschrijven op een gymnasium. Maar dat mocht niet: ze had immers niet meegedaan aan de cito-toets, dat zwaard van Damocles voor Nederlandse scholieren. Ze moest een peperdure officiële IQ-test afleggen, en pas toen ook daar een hoog getal uitrolde, schonk de school haar genade: ze mocht meeloten. ‘Loten?' Vroeg mijn dochter verbaasd. ‘waarom nemen ze niet gewoon de besten?' Inderdaad, waarom niet? Een kwart van die zo eerlijk ingelote gymnasiasten haalt immers de eindstreep niet.
Mijn dochter was in Amerika gewend geraakt aan een systeem waarbij ‘de beste van de klas' zijn niet wordt gezien als uitsloverij, maar als noodzaak, een eerste stap naar een geslaagde carrière. ‘ Kind', zei ik, ‘Nederlanders streven er nu eenmaal niet naar om uit te blinken'. Ik legde uit hoe ik vroeger zelf, bij het leren van een proefwerk, voornamelijk aandacht besteedde aan het rekenwerk: hoe kon ik met een zo laag mogelijk cijfer toch nét een voldoende blijven staan?
De loting pakte gelukkig gunstig uit voor mijn dochter en sindsdien zit ze zich te verheugen op die stoet van zesminnen die ze na de vakantie op het gymnasium mag halen. ‘Wie weet er een goede basisschool voor mijn zoontjes?' Vraag ik intussen aan iedereen, want ook dat is een probleem. Goede scholen zijn overvol in de hoofdstad, met lange wachtlijsten. Ik krijg een hoop reacties: ‘Ga toch terug naar Amerika als een gewone school voor je kinderen niet goed genoeg is', is daarvan de tendens. Maar een gewone school is voor mijn kinderen wél goed genoeg. Tenminste, als die gewone school een góede school is. Ik hoop maar dat ik ergens twee plaatsjes vinden kan en zo niet: dan hoop ik maar dat mijn zoontjes op den duur hun eventuele hbo-diploma ook bij slechte cijfers gewoon cadeau krijgen. Waarom ook niet? Het is bij een falend onderwijssysteem eigenlijk de ideale oplossing.
Sylvia Witteman
Ontvangen reacties
Niek Havinga (29 juli 2010, 09:47:05)Beste mevrouw Witteman, zo heerlijk zwart wit als u het brengt is het gelukkig niet. Zelf ben ik afstuderende aan de Hanze Hogeschool in Groningen, daar is met toenemende mate merkbaar dat de wens van de student naar beter onderwijs wordt gehonoreerd door de opleidingen. Facility Management, waar ik op dit moment nog mee bezig ben, is één van de opleidingen die doormiddel van een nieuw curriculum wel degelijk de grenzen verlegd. Ik wil echter wel een nuance aanbrengen, makkelijk of moeilijk is naar mijn idee een persoonlijke ervaring waar over te twisten valt. Persoonlijk vind ik de opleiding niet enorm complex, echter daarin zit dan wel de drive voor mij om verder te kijken dan mijn neus lang is. Tenslotte is er maar één verantwoordelijk voor mijn toekomst, namelijk ik zelf. Ongeacht het niveau van de opleiding, ongeacht de intentie die sommige andere studenten hebben omtrent het halen van de wel bekende vijf en een half. Met familie leden die wonen en werken in de US of A is een vergelijking tussen beide systemen wel te maken. Waar in Amerika de focus, zoals U al zei op het halen van goede prestaties ligt, ligt in Nederland de verantwoordelijkheid in mindere mate bij de opleiding en meer bij de student. Voor alle twee valt het één en ander te zeggen, maar waar de Nederlandse student wordt bestraft voor het halen van goede resultaten krijgt de Amerikaanse student het "applaus". Die tendens is aan het veranderen, kijkend naar het géén er bij mijn opleiding in de afgelopen 4 jaar is verandert praat iedereen achter de trend aan. De organisaties zijn dynamischer en lijken steeds meer op wat, het werkveld verwacht van een opleiding. Ze zijn er nog niet, op sommige vlakken bij lange na niet. Ook hier ligt echter een gedeelde verantwoordelijkheid, ik als student zal toch echt mijn input moeten geven voordat er iemand iets verandert. Hetzelfde geld voor de experts in het werkveld. Zwart wit levert niets op, geen samenhang en zeker geen verbetering. Niet in Amerika en niet in Nederland. De stelligheid waarmee het Nederlandse onderwijs nu wordt ondergeschoven aan het Amerikaanse systeem is niet alleen lachwekkend maar ook beledigend voor één van de sterkste kenniseconomieën ter wereld. Die van.... Nederland inderdaad. Het percentage hoogopgeleiden, HBO/WO, ligt vele malen hoger dan in Amerika. De geschiedenis leert dat Europa een enorme inhaalslag heeft gemaakt op het gebied van onderwijs, innovatie en kennisborging. De landen onderkennen ook het belang van de doorontwikkeling van de kenniseconomie. Amerika bleef steken, Europa ging door. De prognose is dan ook al in meerdere onderzoeken aangehaald. Europa en dus Nederland hebben de ambitie om de beste te blijven. Het is dus nu aan de anderen om te schakelen en ook het niveau te verhogen. Verder erkennen alle betrokkenen dat stilstand achteruitgang is, kortom doorontwikkeling zal altijd plaats moeten vinden om überhaupt te kunnen spreken van een kenniseconomische ontwikkeling. Om verdere afdwaling te voorkomen laat ik het hier bij. Terug naar uw keuze voor scholen, het afgelopen jaar zijn alle openbare basisscholen tegen het licht gehouden. Deze scholen zijn gebenchmarked en de resultaten zijn ongetwijfeld te vinden op het wereld wijde web. Aangezien ik vanuit HBO perspectief naar de situatie kijk lijkt het mij logisch dat waar ik normaliter als student de verantwoordelijkheid heb om de opleiding te voorzien van input, deze rol echter op jongere leeftijd bij de ouders ligt. Met uw kennis en ervaring zou het toch een koud kunstje moeten zijn om de school met potentie eruit te halen? Een school waar uw kinderen niet alleen worden gepast in een keurslijf, maar waar juist de ontwikkeling wordt gemaakt die door u zo belangrijk wordt gevonden. Misschien wordt het tijd dat men de wijzende vingertjes eens laat zitten en de armen uit de mouwen steekt. Verantwoordelijkheid schuift naar mate je ouder wordt, van ouder naar kind en vervolgens weer andersom. Neem die verantwoordelijkheid nu voor uw kinderen en maak duidelijk dat zij uiteindelijk verantwoordelijk zijn voor hun eigen keuzes. Met vriendelijke groet, Niek Havinga 4e jaars student Facility Management




















